Met ingang van 1 januari 2006 is de levensloopregeling van kracht geworden, waarmee werknemers kunnen sparen voor periodes van onbetaald verlof of om eerder te stoppen met werken.
Werknemers kunnen maximaal 210 procent van hun loon bijeen sparen. Dit staat gelijk aan 2,1 jaar verlof tegen het volledige inkomen of 3 jaar tegen 70 procent van het laatste inkomen. Werknemers van 50 jaar en ouder kunnen extra snel sparen.
Na opname van het verlof, mag het tegoed weer volledig worden aangevuld.
Over de inleg in de levensloopregeling hoeft geen belasting te worden betaald. Dit gebeurt pas als het tegoed wordt opgenomen.
Er zijn wel premies voor de werknemersverzekeringen verschuldigd. Hierdoor heeft sparen via de levensloopregeling geen gevolgen voor de hoogte en duur van een eventuele WW- of WIA-uitkering.
Werknemers krijgen een extra belastingkorting van maximaal 199- (2010) per gespaard jaar bij opname van het tegoed. Deze korting wordt jaarlijks geïndexeerd.
Werkgevers kunnen meebetalen aan de levensloopregeling van hun werknemers. De Belastingdienst keurt dit alleen goed als de werkgever geen voorwaarden stelt aan het moment van opname van verlof en de werkgeversbijdrage ook wordt betaald aan werknemers die niet meedoen aan een levensloopregeling. Werkgevers en werknemers kunnen afspraken maken over een collectief contract voor een levensloopproduct met een bank, verzekeraar of dochteronderneming van een pensioenfonds. Deelname aan dit collectieve contract is niet verplicht. Werknemers moeten jaarlijks kiezen of ze gebruik maken van de levensloopregeling of de spaarloonregeling. Werknemers die hun tegoed op de levensloopregeling gebruiken om ouderschapsverlof te financieren, krijgen een belastingvoordeel.
Door de levensloopregeling worden mensen in staat gesteld gedurende de loopbaan periodes van onbetaald verlof te financieren bijvoorbeeld voor de zorg voor een kind, studie of een time out'. Tegelijkertijd biedt de levensloopregeling werknemers de mogelijkheid zelf te sparen om eerder te stoppen met werken. De levensloopregeling komt tegemoet aan de wens van veel mensen om hun werk te combineren met andere activiteiten. Daardoor zal het voor meer mensen mogelijk zijn om actief te blijven of te worden op de arbeidsmarkt. Het kabinet wil niet langer via de belastingen meebetalen aan collectieve regelingen om eerder te stoppen met werken, zoals VUT en prépensioen. Wel vindt het kabinet het belangrijk dat werknemers zelf, op individuele basis, kunnen sparen om eerder te stoppen met werken.
