Wetsvoorstel Invoeringswet titel 7.13 Burgerlijk Wetboek, nr. 31065:
Het wetsvoorstel personenvennootschappen waarin de verschillende
rechtsvormen voor een personenvennootschap zouden worden aangepast, is
bij brief van 15 december 2011 door Minister Opstelten van Justitie
ingetrokken. Dit heeft ook gevolgen voor de faillissementsbescherming voor
lijfrentespaarrekeningen en lijfrentebeleggingsrechten. Door het vervallen van
het wetsvoorstel blijft de faillissementsbescherming hiervoor vooralsnog niet
geregeld. Hierdoor blijft er een ongelijk speelveld bestaan tussen enerzijds de
lijfrenteverzekeringen die wel onder de faillissementsbescherming vallen en
anderzijds de lijfrenterekeningen en lijfrentebeleggingsrechten. Het is nu
wachten op een nieuw wetsvoorstel.
In het geval van een faillissement treedt de curator in de rechten en plichten
van de verzekeringnemer of rekeninghouder. Dit betekent dat de curator de
rechten en plichten van de verzekeringnemer of rekeninghouder kan
uitoefenen. Hieronder valt in beginsel ook het recht op afkoop van een
kapitaalverzekering of beëindiging van een lijfrenterekening om zo de
schuldeisers te kunnen betalen. Alleen de curator is na het faillissement
bevoegd om de rechten uit de verzekering of de rekening uit te oefenen.
Voor de afkoop van een lijfrenteverzekering door een curator is op deze
hoofdregel een uitzondering opgenomen in de wet. Als aan de volgende
voorwaarden is voldaan, kan de wet bescherming bieden bij faillissement:
- de betaalde premies kunnen in aftrek worden genomen als uitgaven voor
inkomensvoorziening;
- het opgebouwde kapitaal moet worden aangewend voor een periodieke
uitkering; en
- op de polis staat een afkoopverbod.
De bescherming geldt vooralsnog uitsluitend voor een verzekeringsproduct en niet voor
een bancair product.
