Pensioen

Lijfrente bij eigen BV (jurisprudentie)

Hof Amsterdam 28 januari 2010, nr. 2008/00301

Ondernemer X zet in 2003 zijn twee eenmanszaken om in een BV. Bij deze omzetting wordt een stakingswinst gerealiseerd van 195.593. In de ongedateerde lijfrenteovereenkomst staat vermeld dat tegen een koopsom van 186.668 een direct ingaande levenslange lijfrente is bedongen ter grootte van 7.764 per jaar. Pas vanaf 2005 worden lijfrentetermijnen in de aangifte opgenomen; in 2003 en 2004 was daarvan geen sprake. Uit de gedingstukken blijkt dat de hoogte van de lijfrente berust op een berekening van juni 2005.

In geschil is de hoogte van de lijfrentepremieaftrek. X claimt een aftrek van 186.668. De inspecteur stelt dat er geen sprake was van een storting van een koopsom. De waarde van de ingebrachte ondernemingen bedroeg 12.545. Het restant ( 186.668 minus 12.545) werd in rekening courant geboekt. Omdat die schuld niet vóór 1 juli 2004 was voldaan, was geen sprake van een tijdige betaling. Tevens is de inspecteur van mening, dat geen sprake was van een direct ingaande lijfrente. Het hof oordeelt dat X er niet in is geslaagd aannemelijk te maken dat de lijfrenteovereenkomst tijdig tot stand is gekomen, dat de lijfrente direct ingaand was en dat de koopsom tijdig is betaald. Het gelijk is aan de inspecteur.

Noot:

De Wet inkomstenbelasting 2001 biedt de mogelijkheid voor de stakingswinst een lijfrente te bedingen bij de eigen BV. Daarbij geldt wel de voorwaarde dat de lijfrente is bedongen als tegenprestatie voor de overdracht van de onderneming. De tegenprestatie bleek in dit geval niet meer dan 12.545 te bedragen.

De hoogte van de lijfrentepremieaftrek bij stakende ondernemers is afhankelijk van de leeftijd en validiteit van de ondernemer. X (in 2003 jonger dan 50 jaar) claimde een aftrek van 186.668. Op grond van de wet is een dergelijk bedrag slechts aftrekbaar als er sprake is van een direct ingaande lijfrente. Het hof oordeelde dat daar geen sprake van was.

Op grond van de feiten mag de uitkomst van deze procedure niet verbazen. De koopsom bleek niet tijdig te zijn betaald en het was onduidelijk wanneer de lijfrenteovereenkomst tot stand was gekomen. Toch mag X zich niet beklagen. De inspecteur bleek bij de aanslag 2003 uit coulance akkoord te zijn gegaan met een lijfrentepremieaftrek ter grootte van 99.020 en die aftrek stond in deze procedure niet meer ter discussie.

Bron: Nationale Nederlanden
SEOshop