Achtergrond en doel vitaliteitregeling
Vitaliteitssparen is een regeling in de inkomstenbelasting (IB) en is toegankelijk voor werknemers, IB-ondernemers (waaronder zzpers) en zogenoemde resultaatgenieters'. De regeling is uitdrukkelijk bedoeld als een tegemoetkoming voor mensen met arbeidsinkomen om deze groep zo lang en vitaal mogelijk voor de arbeidsmarkt te behouden.
De stortingen in een vitaliteitsspaarproduct zijn vanaf 2013 fiscaal aftrekbaar als uitgaven voor inkomensvoorzieningen in box 1. Er geldt een jaarlijkse aftrekbare maximuminleg van 5.000. Deze aftrek valt buiten de formule van de jaarruimte en vormt als het ware een ongetoetste (basis)aftrek. Het maximaal fiscaal gefacilieerd op te bouwen vermogen bedraagt in totaal 20.000 (bruto). De uitgaven voor vitaliteitssparen kunnen alleen in aanmerking worden genomen door belastingplichtigen die aan het begin van het betreffende kalenderjaar waarin de uitgaven worden gedaan jonger zijn dan 65 jaar.
De aanwending van een vitaliteitsspaartegoed is niet beperkt tot bepaalde doelen, zoals bijvoorbeeld bij de levensloopregeling het geval is. Onder vitaliteitssparen is de opgebouwde voorziening in beginsel vrij opneembaar. En tot en met 61 jaar is er ook geen beperking met betrekking tot de hoogte van het op te nemen bedrag. Bij een opname van het vitaliteitsspaartegoed wordt belasting geheven in box 1. Het (forfaitaire) rendement over het opgebouwde tegoed wordt niet belast in box 3.
Beperkingen vitaliteitssparen
Tegenover de fiscale faciliëring en de bestedingsvrijheid van het vitaliteitsspaartegoed' staan - naast de hiervoor al aangehaalde beperkende maatregelen - nog enige andere fiscale beperkingen. Zo is de voorgestelde regeling bedoeld om het gebruik van het vitaliteitssparen ter financiering van vervroegd uittreden te beperken en is het gebruik van vitaliteitssparen voor voltijdpensioen ontmoedigd door een opnamebeperking na 61-jarige leeftijd. Daartoe is in het wetsvoorstel bepaald dat, ingeval een belastingplichtige in een kalenderjaar na het jaar waarin hij/zij de 61-jarige leeftijd heeft bereikt in totaal een hoger bedrag dan 10.000 haalt uit zijn vitaliteitsspaarproduct, de volledige waarde van dat product in aanmerking wordt genomen als belastbaar voordeel uit vitaliteitssparen in het kalenderjaar waarin de hogere opname uit vitaliteitssparen plaatsgevonden heeft. Een andere beperking is dat de belastingheffing niet kan worden uitgesteld tot na het bereiken van de leeftijd van 65 jaar. Dit is bepaald om onbedoelde tariefsvoordelen te voorkomen. De - voorgestelde - leeftijdsgrens van 65 jaar zal op overeenkomstige wijze worden aangepast bij een - definitieve - verhoging van de AOW- en pensioenrichtleeftijd. Inkomensoverheveling naar een ander via vitaliteitssparen is niet mogelijk.
Bron:
Erik van Toledo (www.fiscaalleven.eu).
