In Artikel 2:9 van het Burgerlijk Wetboek is de aansprakelijkheid van bestuurders vastgelegd. Het verplicht de bestuurders tot het voeren van behoorlijk bestuur' over de rechtspersoon. Het is niet mogelijk een sluitende definitie te geven van behoorlijk bestuur. Dit begrip wordt namelijk ingevuld door jurisprudentie, literatuur en actuele ontwikkelingen (denk aan de code Tabaksblat!).
Voorbeelden van (kennelijk) onbehoorlijk bestuur zijn:
- Onvoldoende informeren van commissarissen waardoor deze worden gehinderd in hun toezichthoudende taak.
- Verzuimen de kredietwaardigheid na te gaan van contractspartners. Hierdoor kan uw eigen bedrijf worden meegesleept in de financiële neergang van een andere onderneming.
- Nalaten uw onderneming te beschermen tegen voorzienbare risico's, door bijvoorbeeld afdoende voorzieningen op te nemen.
- Onverantwoord investeren, waarbij duidelijk sprake is van overschrijding van het normale ondernemingsrisico.
Oorzaken
In de praktijk blijkt het niet voldoen aan de publicatie- en boekhoudplicht een belangrijke oorzaak van persoonlijke aansprakelijkheid. Ook fusies en overnames kunnen hiertoe aanleiding zijn. Daarnaast worden veel aansprakelijkheidsclaims ingesteld naar aanleiding van het faillissement van de vennootschap.
Commissarissen
De aansprakelijkheid van commissarissen vloeit voort uit hun hoofdtaken; advisering en toezicht. Deze taken zijn, mede door de Code Tabaksblat, verschoven van een passieve rol naar een steeds actievere rol als betrokken en daadkrachtige adviseurs en toezichthouders van het bestuur.
Persoonlijke aansprakelijkheid voor een misleidende jaarrekening rust - naast op de bestuurders - tevens rechtstreeks op de commissarissen (art. 2:260BW).
